Om recht te hebben op de geboortebijslag
moet men in zulke omstandigheden zijn dat ze recht geven
op het toekennen van kindergeld. De aanvraag om bijslag kan
reeds bij de aanvang van de zesde maand van het zwangerschap
worden ingediend.
Indien het paar gehuwd is of indien de vader, in een ongehuwd
paar, het kind heeft erkend, dan wordt de aanvraag door de
vader ingediend. Zolang de vader, in een ongehuwd paar, het
kind niet erkend heeft wordt de aanvraag door de moeder ingediend.
De plaats waar de aanvraag wordt ingediend verandert volgens
het statuut van de verzoeker :
- loontrekker : uitkeringsfonds van de werkgever;
- zelfstandige: sociaal verzekeringsfonds waarvan de zelfstandige
lid is;
- werkloze: uitkeringsfonds van de laatste werkgever of,
bij gebrek, de R.K.W. (Rijksdienst voor Kinderbijslag voor
Werknemers), ook voor de verzoeker die nooit werknemer was;
- ambtenaar: zie het beheer waarvan de verzoeker afhangt
(met uitzondering van de tijdelijke leerkrachten, die zich
rechtstreeks aan de R.K.W. zullen wenden);
- de uitbetaling kan twee maanden vóór de datum
die voorzien is voor de bevalling plaatsvinden. De som wordt
aan de moeder uitbetaald (behalve indien ze het kind zelf
niet grootbrengt). Deze bijslag wordt eveneens toegekend
wanneer het kind doodgeboren is en wanneer er de moeder een
miskraam krijgt na een zwangerschap van minstens 180 dagen.
Indien één van de ouders nooit een kind heeft
gehad bedraagt de bijslag het hoogste getal, dus het cijfer
van de 1ste rang (zoals voor het eerste kind). In geval van
meerdere geboorten worden alle kinderen als behorende tot
de 1ste rang beschouwd.
Bedrag van de geboortebijslagen :
1ste geboorte : 983,68 €
2de geboorte en volgende(n) : 740,10 € |