| |
De kerk die het meest over zich liet spreken, is ongetwijfeld de kerk van het Heilig Kruis. Zij werd in 1459 voor het eerst ingewijd door de bisschop van Cambrai die er twee relieken van het Kruis van Christus had neergelegd. Vernield in 1581, tijdens de verwoesting van het dorp door de Spaanse troepen van Alexander Farnese, werd zij heropgebouwd in 1596 en daarna in 1820. In 1860, werd zij echter, tijdens het droogleggen van de Grote Vijver, opnieuw afgebroken om vervangen te worden door een gebouw in rode en witte bakstenen en naar de andere zijden van het Heilig Kruisplein (Flageyplein sinds 1937) verplaatst.
Gebouwd door architect Van de Wiele, begon zij vlug te wankelen omwille van de zandgrond waarop zij werd gebouwd. Tijdens de Grote Oorlog, werd de klokkentoren naar de zijkant verplaatst door architect Paul Rome waardoor hij de kerk meer stabiliteit gaf. Rijk aan glasramen van Louis Crespin, biedt zij een schril contrast door haar strenge buitenkant en haar neogotisch interieur. Het is hier dat in 1903 Marguerite Yourcenar werd gedoopt die zich bekloeg over het onevenwicht tussen de opgekalefaterde kerk en het N.R.I. dat de onmiddellijke nabijheid ligt. In "Quoi ? L'Eternité (Wat ? De Eeuwigheid)", herinnert zij zich met vreugde de wandelingen die zij als kind maakte in het Terkamerbos en haar eerste "liefdesverdriet" toen zij de ezel moest verlaten die er rondwandelde.
De gemeente beschikt nog over talrijke andere religieuze plaatsen zoals de kerk van Sint-Bonifaas, eerste neogotisch gebouw van de hoofdstad, gebouwd door de architect Joseph Jonas Dumont van 1847 tot 1857. De straat waar zij zich bevindt (Vredestraat) doet zich vanaf de eeuwwisseling opmerken door haar luxezaken zoals de Ganterie Saint-Boniface (handschoenen Sint-Bonifaas). Niet ver daar vandaan, werd een straat aan de Heilige opgedragen in 1900. Hier bevindt zich de Brusselse woning van de schrijfster Françoise Mallet-Joris.
Wat de Sint-Adrianus kerk (1940), gelegen te Boondaal betreft, zij volgde de kapel met dezelfde naam op die, sinds 1970, omgevormd werd tot cultureel centrum. Hier werden spektakels van de Comédie Claude Volter opgevoerd. Gebouwd op initiatief van Guillaume de Hulsbosch in 1463, kwam zij op het einde van de daaropvolgende eeuw onder de bescherming te staan van de Eed van de Haakbusmakers van Brussel. Zij verrijkten het met twee retabels opgedragen aan Sint-Adrianus en Sint Kristoffel. Deze retabels bevinden zich nu in de nieuwe kerk. Na te zijn verwoest door de troepen van Farnese, en daarna door de muiters van het garnizoen van Diest, werd de kapel van Boondaal in 1618 heropgebouwd en niet meer gebruikt waarna zij in 1854 werd heropgebouwd. De gemeente heeft haar in 1954 aangekocht.
De kerk van de Heilige Drievuldigheid, in barokstijl, bevond zich eerst in het centrum van de stad waar zij de werken aan het Brouckèreplein hinderde. Als gevolg daarvan werd dit kerkgebouw in 1892 afgebroken om heropgebouwd te worden op de grens tussen Elsene en Sint-Gillis. Wat de kerk Sint-Filip van Neri (Boondaalsesteenweg) betreft, deze dateert van 1903 en werd niet meer gebruikt toen de kapel van de abdij van Terkameren de zetel van de parochie werd in 1927. De kerk van de Blijde Boodschap, in neo-romaanse stijl, werd gebouwd in1933 op het Brugmannplein ter vervanging van een kapel die uit 1915 dateerde.
Bron : "De sleutels van Brussel", toeristische en culturele gids, ADISC Sport en Cultuur |